4e etappe Scheemda - Norg
via Winschoten, Uithuizen,
Roodeschool, Winsum, Bedum, Noorderpolderzijl en Groningen-stad
over promotie, navigatie, organisatie-ontwikkeling, geschiedenis en het noordelijkste puntje van Nederland
1. promotie
Hoewel we vandaag voor onze begrippen laat (9.30 uur) vertrekken, moet Thijs om 7.00 uur
uit zijn bed: om 7.15 uur gaat RTV Noord bellen en om 7.35 uur L1-radio. In beide gevallen
zitten we rechtstreeks in de uitzending. Voor RTV Noord kunnen we ruim 5 minuten onze
boodschap -inmiddels als een soort mantra in onze hoofden- uitdragen. Later, als we samen
met zeven collegae van de provincie Groningen door het Groningse land fietsen zal blijken
dat de vroege edities van RTV Noord -net als L1 bij ons- goed worden beluisterd: men heeft
ons verhaal al gehoord. Mooie reclame. Bij L1 leggen we ditmaal even het accent op onze
aankomst op het Floriade-terrein op zaterdag.
De ontvangst op het provinciehuis van Groningen is allerhartelijkst. Er worden foto's
gemaakt met directeur Sietske Faber, die ons welkom heet. We vertrouwen er op dat de foto's
die zijn gemaakt van haar met haar medewerkers en ons hun weg in Groningen zullen vinden.
's Avonds in Norg bekijken we via de pc de uitzending van L1 en zien Frans als een waardig
ambassadeur van onze provincie het pakket streekproducten aan de boerin in Esselshamm
schenken.
2. navigatie
Om 8.15 komt de Tour for Life-ploeg van de provincie Groningen aan bij ons hostel in
Scheemda. Onze collegae gaan ons voor op een tocht door hun provincie. Rob kan zijn Garmin
derhalve virtueel uitzetten. Inderdaad virtueel: de Groningers zijn zó enthousiast, dat we
op twee T-splitsingen achter elkaar zowel naar links als naar rechts worden gedirigeerd.
Wat niet verandert is dat de volgauto's ons niet overal kunnen volgen: één verrassend
fietspad vroeg in de rit en de geblokkeerde brug in Bedum na de middag zijn voldoende voor
ruim 30 extra kilometers, ook al omdat er in het weidse noordelijke landschap weinig (zeg
maar: geen) landmarks zijn waar ze zich op kunnen oriënteren. Als Jan B. met Rob contact
zoekt om te vragen waar de renners zijn, antwoord Rob direct: "Bad Segeberg".
3. Het noordelijkste puntje van het vasteland van Nederland
De Groningers brengen ons door een vlak, vlakker, vlakst Noord-Groningen. Na één uur
fietsen heeft de Garmin exact 4 hoogtemeters geteld, veroorzaakt door de 4 bruggen waar we
overheen zijn gefietst. We komen uiteindelijk via Delfzijl en een haast oneindige lange
leegte via een doodlopende weg in Noorderpolderzijl aan, het noordelijkste puntje van
Nederland. Een indrukwekkend uitzicht vanaf de zeedijk over het wad wordt ons deel. Niemand
van ons is hier ooit eerder geweest (hetgeen zelfs de Groningers niet vreemd vinden). We
prijzen ons gelukkig met het weer: zelfs nu voor de rest van Nederland het bericht is dat
er een zwakke wind waait, waait het hier matig. We geloven de Groningers meteen als ze, met
gevoel voor understatement, stellen "dat je hier met windkracht 7 niet wil fietsen". Op weg
terug naar Groningen-stad laten de Groningers ons overigens zien dat zij geoefende
'tegenwind'-fietsers zijn: ze fietsen stug stevig door en zetten ons keurig uit de
zuidenwind.
4. De conferentie van Noorderpolderzijl
De lunch, ons gastvrij op het terras van het Eetcafé van Noorderpolderzijl aangeboden door
de Provincie Groningen, wordt benut om de kennisuitwisseling, die al op de fiets is
begonnen, te verbreden. De Krimp wordt besproken ("We hebben het idee dat men bestuurlijk
in Limburg al verder is"), evenals de digitalisering ("We zullen dankbaar gebruik maken van
de leermomenten die jullie hebben gehad"), het strategisch huisvestingsbeleid ("We hebben
het idee van de kantoortuinen verlaten en gaan de gebouwen nu gewoon renoveren"), de
organisatie-ontwikkeling inclusief participatieve aanpak, constructievraagstukken omtrent
de stevigheid van de dijken, alsmede inhuren en cq versus outsourcen, om de belangrijkste
maar te noemen. De lunch zal in beide provincies de geschiedenisboeken ingaan als de
"Noorderpolderzijl-conferentie".
Later, aan het avondeten in Norg, geeft Pierre voor de groep een toelichting op de
landbouwkundige situatie in Groningen en stelt dat de hoge grondwaterstand dit land bij
uitstek geschikt zou maken voor grasland en dus veeteelt, waarop Peter, die onderweg goed
heeft opgelet, zegt dat hij -zelfs vergeleken met de prachtexemplaren die uit de grond van
de Stationsstraat in Elsloo komen- hier "toch verdomd mooie aardappelen de grond uit heeft
zien komen".
5. Geschiedenis
De contacten met Groningen voor deze dag zijn door onze Jan Bongaerts en Groninger Pieter
Aussems gelegd na een IPO-bijeenkomst. Ook Thijs heeft goede herinneringen aan zijn IPO-
contacten met Groningers (Jan Roeters en Bernard van Dam). Het blijkt dat de verhoudingen
tussen Groningen en Limburg echter al langer goed zijn. Tijdens de rondleiding door het
Provinciehuis, waarbij ons de historierijke GS-kamer en Statenzaal worden getoond, horen we
dat de GS-tafel sedert 1946 wordt verlicht door een mooie kroonluchter, die de provincie
Limburg aan de provincie groningen heeft geschonken als dank voor de opvang van Limburgse
vluchtelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Jan J. constateert dat derhalve over alle
Groninger besluiten een Limburgs licht schijnt.
William, sedert hij bij Beerta het ANWB-bord "Heiligerlee" zag, gekweld door de vraag wat
de slag bij Heiligerlee ook al weer was, wordt in de Statenzaal van zijn vraag verlost: het
markeert de eenwording van de Ommelanden met de stad Groningen tot de provincie Groningen.
6. Promotie (2)
'S avonds krijgen we te horen dat 15.00 uur Papendal ook echt 15.00 uur Papendal moet zijn
en niet 15.05 uur in verband met een fietsclinic voor een lagere school. Dat betekent dat
Jan en Rob letterlijk ter elfder ure de route gaan omgooien, het ontbijt wordt vervroegd
naar 6.30 uur en het vertrek naar 7.30 uur. De kortere route langs louter provinciale wegen
(waar Jan B., Ankie, Peter en Marcel dan weer geen enkel probleem mee hebben) gaat ook
betekenen dat we een 30 km onder de 1200 km gaan blijven.